Clustering betekent dat je meerdere servers aan elkaar knoopt zodat ze zich naar buiten toe gedragen als één systeem. Valt er één weg, dan nemen de andere het werk over. Voor gebruikers verandert er in het ideale geval niets: ze werken door in dezelfde applicatie, op hetzelfde adres. Een cluster is dus geen extra server die stof staat te happen, maar een groep die actief samenwerkt.

Voor het MKB is de vraag niet of clustering technisch mooi is, maar wat een uur stilstand kost. Draait je hele orderverwerking, kassasysteem of planning op één server, dan is die server een enkel faalpunt: gaat hij stuk, dan ligt het bedrijf stil tot hij hersteld is. Clustering verkort dat van uren naar seconden of minuten. Voor systemen die best een halve dag kunnen wachten, is een goede back-up vaak verstandiger en een stuk goedkoper.

Er zijn twee smaken. Bij een actief-passief cluster staat er een tweede server klaar die het overneemt zodra de eerste uitvalt. Bij actief-actief werken alle servers tegelijk en verdelen ze de belasting, wat ook meer capaciteit oplevert. Beide hebben gedeelde opslag of continue replicatie nodig, plus een mechanisme dat bepaalt welke server de baas is als de verbinding wegvalt. Belangrijk om te onthouden: clustering beschermt tegen kapotte hardware, niet tegen ransomware of een verwijderd bestand. Die fout wordt netjes meegekopieerd. Een cluster vervangt je back-up dus nooit.

Hoe werkt een cluster in de praktijk?

De servers in een cluster heten nodes. Ze zijn verbonden via een apart netwerk waarover ze voortdurend een kort signaal naar elkaar sturen: de heartbeat. Blijft dat signaal weg, dan gaat de clustersoftware ervan uit dat die node stuk is en verplaatst hij de taken naar een node die het nog wel doet. Die overname heet failover, en gebruikers merken er in het gunstigste geval niets van.

Er moet ook iets zijn dat bepaalt wie de baas is als het onderlinge netwerk wegvalt, anders denken twee nodes tegelijk dat zij de actieve zijn. Daarvoor gebruikt clustersoftware een stemmechanisme (quorum), vaak met een derde stem erbij: een extra node of een getuige-schijf. En de data moet overal beschikbaar zijn, dus je werkt met gedeelde opslag (shared storage, meestal een SAN) of met continue replicatie tussen de nodes.

De software die dit regelt verschilt per omgeving. Op Windows is dat Failover Clustering, bij virtualisatie zijn VMware vSphere en Proxmox gangbaar, en voor containers doet Kubernetes hetzelfde werk. Wat ze gemeen hebben: de implementatie moet je goed inrichten en daarna testen. Een cluster dat nooit is uitgeprobeerd, is een aanname. De kosten zitten dan ook niet alleen in die tweede server, maar in licenties, gedeelde opslag en beheer.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen clustering en een back-up?

Een cluster houdt een systeem in de lucht als hardware uitvalt. Een back-up laat je terug in de tijd gaan als data verdwijnt of versleuteld raakt. Ze lossen verschillende problemen op, dus je hebt allebei nodig.

Hoeveel servers heb je nodig voor een cluster?

Twee nodes is het minimum. In de praktijk komt daar vaak een derde stem bij om patstellingen te voorkomen, plus gedeelde opslag of replicatie tussen de nodes.

Wat is een node in een cluster?

Een node is een server binnen het cluster. Samen presenteren de nodes zich als een logische server, zodat applicaties en gebruikers maar een adres zien.

Is clustering iets voor een klein bedrijf?

Dat hangt af van wat stilstand kost. Voor het systeem waar je omzet op draait kan het lonen; voor systemen die een dagdeel kunnen wachten is een geteste back-up meestal genoeg en een stuk goedkoper.

Wat OkayICT hierin doet: Wij bepalen samen welke systemen echt altijd door moeten en bouwen daar de juiste mate van uitwijk omheen.

Bekijk Managed IT →

Meer lezen: Wat is high availability? · Wat is failover?