Een bezoeker die je website niet kan gebruiken, stuurt je geen mail om dat te melden. Hij klikt weg. Je ziet in je statistieken alleen dat iemand snel vertrok, niet waarom. Dat maakt digitale toegankelijkheid tot een van de weinige problemen waar je nooit een klacht over krijgt en toch klanten aan verliest.
Bij toegankelijkheid denken mensen vaak aan een kleine, bijzondere groep. Dat klopt niet. Het gaat om iemand die slecht ziet en op zijn telefoon inzoomt, iemand die kleurenblind is en jouw rode “verplicht veld” niet ziet, iemand met een trillende hand die je kleine kruisje niet raakt, en iemand die je video in de trein zonder geluid bekijkt. Bij elkaar is dat een flink deel van je bezoekers.
Het goede nieuws: je hoeft je site niet opnieuw te laten bouwen. De meeste winst zit in een handvol dingen die je zelf kunt controleren en aanpassen.
Waar het in Nederland juridisch staat
Voor overheidsorganisaties is digitale toegankelijkheid al jaren verplicht. Sinds 28 juni 2025 geldt via de Europese toegankelijkheidsrichtlijn (de European Accessibility Act) ook voor een deel van het bedrijfsleven een wettelijke plicht. Die richtlijn raakt onder meer webwinkels en andere diensten die je online koopt, consumentendiensten van banken, e-books, telecom, personenvervoer en bepaalde apparaten.
Er zijn uitzonderingen. De kleinste ondernemingen — minder dan tien medewerkers en een beperkte omzet — zijn voor diensten vrijgesteld, en er geldt een overgangsperiode voor bestaande situaties. Of jouw bedrijf eronder valt, hangt af van wat je precies aanbiedt en aan wie. Wij zijn geen juristen; laat dat bij twijfel toetsen door iemand die dat wel is.
De inhoudelijke eisen zelf staan niet in de wet maar in de WCAG, de internationale richtlijn voor toegankelijke websites. Niveau AA is daarbij het niveau waar overheden en de Europese regels naar verwijzen. Je hoeft die richtlijn niet uit je hoofd te kennen; het helpt vooral om te weten dat “voldoen aan WCAG AA” de maatstaf is waar een bouwer of leverancier het over heeft.
Maar leg de wet even weg. Ook als je er niet onder valt, blijft de rekensom simpel: elke bezoeker die niet verder komt in je offerteformulier, is een aanvraag die je niet krijgt. Dat is geen compliancekwestie maar een omzetkwestie.
De vier dingen die het meeste opleveren
1. Zorg dat tekst leesbaar is
Grijze tekst op een lichtgrijze achtergrond ziet er rustig uit op het scherm van de ontwerper. Voor iemand met minder scherp zicht of op een telefoon in de zon is het onleesbaar. De norm is een contrastverhouding van minstens 4,5 op 1 voor gewone tekst. Dat klinkt technisch, maar je controleert het in dertig seconden met een gratis contrastchecker.
Verder: gebruik een lettergrootte die ook zonder inzoomen werkt, houd regels niet te lang, en gebruik geen blokken in hoofdletters of cursief voor lopende tekst. En laat kleur nooit de enige drager van informatie zijn. “De velden in het rood zijn verplicht” werkt niet voor iemand die rood niet van grijs onderscheidt — zet er ook een sterretje of een woord bij.
2. Maak alles bruikbaar zonder muis
Probeer dit zelf eens: open je eigen website en navigeer er met alleen de Tab-toets doorheen. Kom je bij alle links, knoppen en formuliervelden? Zie je waar je bent? Kun je het menu openen en het cookievenster wegklikken?
Deze test kost vijf minuten en legt meer bloot dan welk rapport ook. Wie een schermlezer gebruikt of zijn handen beperkt kan bewegen, doet alles op deze manier. Blijft de focus onzichtbaar of kom je ergens vast te zitten, dan is dat precies waar bezoekers afhaken.
3. Beschrijf je afbeeldingen en structureer je tekst
Een schermlezer leest voor wat er staat. Bij een afbeelding zonder alternatieve tekst leest hij “afbeelding” of de bestandsnaam. Geef daarom elke betekenisvolle afbeelding een korte beschrijving van wat erop te zien is — niet “foto1.jpg”, maar “monteur controleert een verdeelkast”.
Datzelfde geldt voor koppen. Gebruik echte kopniveaus in plaats van gewone tekst die je dikker en groter maakt. Een schermlezer springt namelijk van kop naar kop; zonder structuur moet iemand je hele pagina van boven naar beneden doorlopen om te vinden wat hij zoekt. Zoekmachines werken trouwens op precies dezelfde manier, dus je krijgt dit gratis terug in vindbaarheid.
4. Vergeet je documenten niet
Veel bedrijven besteden aandacht aan de website en zetten er vervolgens een pdf op die niemand met hulpmiddelen kan lezen. Een pdf die is gemaakt door een papieren document te scannen, is voor een schermlezer één grote foto: er valt geen woord uit te halen.
Maak je documenten daarom digitaal en exporteer ze netjes. Word en PowerPoint hebben een ingebouwde toegankelijkheidscontrole die je vertelt welke afbeeldingen nog een beschrijving missen, waar je koppen niet kloppen en waar het contrast te laag is. Draai die even voordat je iets publiceert. Zie ook je Microsoft 365-instellingen optimaliseren.
Ondertiteling, formulieren en taal
Zet ondertiteling onder je video’s. Dat helpt mensen die slecht horen, maar vooral ook de grote groep die video’s zonder geluid bekijkt. Een transcript erbij is bovendien tekst die vindbaar is.
Kijk daarna naar je formulieren. Heeft elk veld een zichtbaar label, en niet alleen grijze tekst in het veld die verdwijnt zodra je typt? Wordt bij een fout duidelijk wát er misgaat en waar? Is er genoeg tijd om iets in te vullen? Dit zijn de plekken waar aanvragen sneuvelen — ook bij interne formulieren, zie enquêtes en formulieren die wél bruikbare data opleveren.
En tot slot: gewone taal. Korte zinnen, geen jargon zonder uitleg, kopjes die zeggen wat eronder staat. Dat helpt mensen met een leesbeperking, maar eerlijk gezegd helpt het iedereen. Dezelfde logica gebruik je bij een interne kennisbank en bij rapportages die je collega’s echt lezen.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een groothandel met een kleine webshop merkte dat veel bezoekers afhaakten in de laatste stap van de bestelling. In de statistieken was alleen zichtbaar dát het gebeurde.
Bij het nalopen bleek de bestelknop lichtblauw op wit te zijn, ruim onder de contrastnorm. De foutmelding bij een verkeerd ingevuld postcodeveld verscheen bovenaan de pagina, buiten beeld voor wie onderin bezig was. En met alleen het toetsenbord was de knop “Bestelling plaatsen” helemaal niet te bereiken, doordat hij niet als echte knop was opgebouwd.
Drie aanpassingen, samen minder dan een dagdeel werk voor de websitebouwer. De afhaakcijfers liepen daarna zichtbaar terug. Niemand had ooit gebeld om te klagen.
Veelgestelde vragen
Moet ik hiervoor mijn hele website laten herbouwen?
Meestal niet. Contrast, alt-teksten, kopstructuur en formulierlabels zijn aanpassingen binnen je bestaande site. Alleen als de opbouw echt rammelt — knoppen die geen knoppen zijn, menu’s die niet met het toetsenbord werken — wordt het groter werk. Begin met een korte scan, dan weet je waar je staat.
Hoe test ik het zonder dure hulpmiddelen?
Drie gratis controles brengen je een heel eind: navigeer je site met alleen de Tab-toets, haal je kleuren door een contrastchecker, en draai de toegankelijkheidscontrole in Word of PowerPoint op je documenten. Voor een echt oordeel is testen met mensen die hulpmiddelen dagelijks gebruiken onvervangbaar.
Wat is een toegankelijkheidsverklaring?
Een pagina waarop je vertelt hoe toegankelijk je site is, wat er nog niet klopt en hoe iemand contact kan opnemen als hij ergens niet verder komt. Voor overheden is die verplicht. Voor bedrijven is het vooral een nette manier om te laten zien dat je ermee bezig bent — en het levert je meldingen op die je anders nooit had gehoord.
Levert het ook iets op voor mijn vindbaarheid?
Ja. Alternatieve teksten, een logische kopstructuur, transcripten bij video en heldere taal zijn precies waar zoekmachines op werken. Toegankelijk maken en beter vindbaar worden zijn voor een groot deel hetzelfde werk.
Wat is WCAG en welk niveau heb ik nodig?
WCAG is de richtlijn waarin staat wat een toegankelijke website moet kunnen: leesbaar contrast, bedienbaar met het toetsenbord, begrijpelijke tekst en een opbouw die hulpmiddelen kunnen volgen. Er zijn drie niveaus — A, AA en AAA. In de praktijk is AA de norm waar organisaties aan voldoen; AAA is voor de meeste websites niet haalbaar en ook niet nodig. Vraag je bouwer dus niet “is de site toegankelijk?”, maar “voldoen we aan niveau AA, en waar niet?”.
Wil je weten hoe jouw site en documenten ervoor staan? We doen graag een korte scan en geven je een lijstje met wat het snelst het meeste oplevert — in gewone taal, zonder normnummers.
Werkt jouw website voor iedereen?
We scannen je site en documenten op toegankelijkheid en geven je een concreet lijstje met wat het snelst het meeste oplevert.




